Kasparjan en Kasparjoe Die gingen naar de kermis toe; Zei Kasparjoe tot Kasparjan "Zie je daarginds die boze man?" Zei Kasparjan: "Daar achter die boom Nou, dat is lang geen suikeroom Als die 't op ons gemunt heeft, Kas Zijn we praktisch al schuim en as!"
Zei Kasparjoe: "Ik weet iets, Jan Trek jij mijn blauwe jasje aan En ik jouw groene, dan denkt hij Dat jij ik ben inplaats van jij; Wanneer hij jou dan pakken wil Geef ik gauw met jouw stem een gil; Als hij dan nog weet hoe-ie 't heeft Ben ik niet waard dat jij nog leeft"
Helaas voor Kasparjoe en -jan Nog sluwer was de boze man Hij deed zijn ogen dicht en toen Zag hij geen blauw meer en geen groen Hij gaf ze aan zijn vrouw en die Stoofde ze met wat selderie En maakte knopen van de botten Ja, 't leven laat niet met zich spotten