Ik ging een keer uit jagen Uit jagen naar een schat Bezocht toen twintig kroegen Ik heb ze allemaal gehad Een donkere, een lichte Een soort van Enge bos Ik blies vaak op mijn hoorn Maar nooit kwam er iets los Er kwamen wel wart hertjes Die lieten zich bespied Maar als ik dichterbij kwam Dan waren zij er weer niet
Ik ging een keer uit jagen Uit jagen naar een schat Ik was niet zo goed voorbereid Dus koos het slechte pad Daar zag ik enkel kuilen Ik viel er bijna in Een meisje zat te huilen Maar in mij had zij geen zin Want al haar waterlanders Die waren voor haar lief Maar lief zat in een kooitje Het was een hartedief
Ik ging een keer uit jagen Uit jagen naar een schat In plaats van twintig kroegen Ging ik het hazepad Dat was heel goed bekeken Want in plaats van woedend wild Dat zich graag laat bespieden Maar bij aanraking hard gilt Zag ik daar een paashaas Of een kerstkonijn Ik mocht gratis in haar holletje Wat hadden wij het fijn