Op 'n dag sta ik met de wind in mijn gezicht En mijn winterjas dicht Op de pier naar de horizon te kijken 't Zout likkend van mijn lippen Koester ik het verlangen Mijn handen te warmen In een damesnek
Roept er iemand zacht mijn naam Ik draai me om En kijk zo'n twaalf jaar terug Zij stond bovenop het duin Gekleed in gele blouse en zwarte rok rolde ze plotseling naar beneden In de val schoof haar rok omhoog En ik zag haar witte vlees
Nu lig ik met haar op het strand En schuift ze zelf haar rok omhoog Maar ik ren naar huis Verlangend naar het avondeten
Op 'n dag sta ik met de wind in mijn gezicht En mijn winterjas dicht Op de pier naar sirenes te luisteren Opeens schreeuwt ze uit de verte Uitzinnig van geluk The Beatles zijn in Oud-IJmuiden