Ik ken een bos heel erg groot. Je kan er spelen met alle dieren. Van het edelhert tot aan de kleine mieren.
Je kan er bomen klimmen met de eekhoorn. Kuilen graven met de mol. Lachen met de koolmees en de merel, want vogels hebben altijd lol.
Midden in dat bos staat een boom met daarnaast een trap omhoog. Die boom is doorgegroeid tot aan de hemelboog.
Refrein:
Stap op je fiets. Rij naar het bos. Voeten op de trappers. Haren los. En met de wind langs je wangen de zon op je gezicht, klim je door de groene takken naar in het gele licht.
En als je helemaal naar boven klimt dan gaat de wereld heel klein lijken. En op een mooie zomer dag kan je tot aan de horizon kijken. En boven in die boom die zich in zonlicht waad, kijk je uit tot aan de einder tot de zon rood ondergaat.