Op de Wolga, daar vaart Olga Met haar scheepje naar de zee En haar Ivan, een Kozak op z'n paard Rijdt verliefd, als een gek, met het schip mee
refr.: Rij maar, kleine ruiter Rij maar, kleine ruiter Rij maar, dan haal je haar in misschien Rij maar, langs 't water Rij maar, langs 't water Rij maar, tot je haar weer t'rug zult zien
Maar de golven van de Wolga Dragen sneller dan zijn paard En het schip raakt verder bij hem vandaan En vertwijfelt kijkt hij hoe 't weg vaart
refr.
En wat naar is Maar toch waar is Ivan ziet haar nooit meer terug Want hij rijdt met paard en al in de zee En zo blijven ze beiden alleen
Rij maar, kleine ruiter Rij maar, vreemde snuiter Rij maar, niet te snel 't water in Rij maar, langs de Wolga Zijn er duizeld Olga's Rij maar, regelrecht de hemel in